Verhalen uit de praktijk

Met deze 'verhalen uit de praktijk' probeer ik een beeld te schetsen en een gevoel over te brengen. Alle verhalen zijn waargebeurd. Namen zijn fictief om de privacy van de betrokkenen te beschermen. Iedere herkenning berust op basis van de teksten op puur toeval.


Angst


Haar hele bestaan is een aaneenschakeling van angsten. Ze ligt als een plank in bed, in haar beide vuisten een prop van het dekbed.
Zo stevig dat haar knokkels er een beetje wit van zien. Haar ogen zo groot als schoteltjes staren mij angstig aan.
Ze is bang en angstig voor alles wat komen gaat. Ze heeft zuurstof tegen de benauwdheid, die de longkanker met zich meebrengt.
Alles wil ze onder controle houden, uit angst dat het verkeerd gaat. Elke ademhaling die ze doet wil ze bewust doen.
Ze wil alles in de hand houden. Uit gesprekken met haar en haar broer blijkt dat ze altijd zo geleefd heeft.
Er is een grote liefde in haar leven geweest, toen bleek dat de man in kwestie een andere geaardheid had, hield ze het voor gezien wat betreft de liefde. Ze heeft haar hele leven gewoond in het ouderlijk huis waar ze ook is opgegroeid, het is haar grote wens hier te sterven.
Maar is dat allemaal wel te realiseren? Met die vraag werd ik benaderd door haar broer.

Haar hele werkzame leven is ze secretaresse geweest bij hetzelfde bedrijf. Eerst voor de vader, later voor zijn zoon.
Ze speelde haar leven op safe, maar nu ze getroffen is door ziekte moest ze zich stukje bij beetje overgeven aan het onbekende.
Er komen nu veel vreemden over de vloer, de mensen van de thuiszorg komen drie keer per dag, maar dat zijn telkens weer andere.
Iedere keer als de deur open gaat dan zie ik haar als het waren schrikken, help wat willen jullie van me. Ze moest zich stukje bij beetje overgeven, en dat doet ze heel goed, stuk voor stuk kleine overwinningen op haar zelf.

Vanavond heeft ze voor de eerste keer morfine gekregen voor het slapen gaan. De huisarts denkt dat ze zo beter en minder benauwd de nacht zal doorkomen. Op haar verzoek kom ik vanavond dan ook een uurtje langs en zal ik blijven tot ze slaapt.
Ze heeft van mij een voetmassage gekregen zodat ze misschien iets kan ontspannen. Ik zit naast haar bed, de kamer is aarde donker, het waterreservoir van het zuurstofapparaat borrelt zachtjes. Er zijn inmiddels een minuut of tien verstreken, als ik vanuit het niets ineens een piep kleine stem hoor vragen: "hoe weten ze het nu zeker?"

Ik vraag wat ze bedoeld. Nog zachter, fluisterend bijna zegt ze: "Of ik wel echt dood ben."
Ik ben zo bang dat ik onder de grond wakker zal worden. Ik leg haar uit dat dat scenario's uit films zijn. Ik vertel haar dat dit in Nederland nooit gebeurd, dat er altijd een schouwarts de dood komt constateren. Ze is gerustgesteld, ik beloof haar dat ik het zal doorgeven aan haar huisarts zodat ze deze angst ook met hem kan bespreken. Dan is er weer de stilte, die zei opnieuw doorbreekt met de vraag:
"Vind je mij nu niet stom?" Een houterige knuffel volgt, ze is het niet gewent, totaal uit haar comfort zone gehaald, ze doet zo haar best.
Uit de grond van mijn hart zeg ik haar, dat ik het bewonder hoe ze zich hier doorheen slaat, en dat ik haar een heel lief en stoer mens vind. Ze is ontroerd en ik ook, rustig wacht ik tot ze slaapt.

foto paardenbloem

Kees


Als ik binnen kom zit hij op zijn bed, zichtbaar vermoeid door het openen van de deur. In huis is het benauwd, warm en het ruikt muf. Alle gordijnen en luxaflex zijn gesloten. Een iets te dikke kat duikt weg achter een gedateerde bank. Kees is achterin de zeventig en sinds enkele jaren weduwe. Kees is recht door zee en steekt direct van wal: "Ik ga dit niet meer lang volhouden". Door zijn ziek zijn is zijn leven ineens erg veranderd. De glans was er al af sinds het overlijden van zijn vrouw een paar jaar geleden, maar nu ben ik letterlijk aan het overleven vertrouwd hij mij toe.

Ik zie dat de binnenkant van zijn handen ontveld zijn en hij verteld dat zijn voeten er ook zo uit zien. Ik kan niets meer vasthouden en geen schoen meer aan. Kees heeft een zoon maar die woont al jaren in het buitenland. Hij is een weekje overgekomen toen ik met die chemo begon, maar moest daarna weer naar zijn eigen gezin. Dus nu zit ik hier alleen met die ellende. Ik laat Kees zijn verhaal doen, hij voelt zich een gevangen in zijn eigen huis. Met die handen kan ik nog geen aardappel schillen. Ik eet nu van die kant en klaar maaltijden. De huisarts heeft geregeld dat er twee keer in de week iemand komt om te douchen en ik sta op een lijst voor hulp in huis.

En dan breekt Kees en barst in tranen uit. Hij ziet er gewoon geen gat meer in. Bang voor de dood is hij niet, maar wie gaat er voor mij zorgen en de weg daar naartoe hoe moet dat nou allemaal...? Hij is van de week nog bij de oncoloog geweest samen met een neef. De chemo was niet aangeslagen dus alle ellende bleek ook nog eens voor niets. Eerst moeten mijn handen en voeten genezen en dan krijg ik een andere chemo kuur.

Beter worden kan Kees niet meer. De chemo moet de tumor kleiner maken, de hoop was dat zijn leven dan nog wat verlengt kon worden. Ik heb het een beetje over me heen laten komen en ingestemd met chemo therapie, mij niet bewust van de bijwerkingen. Natuurlijk is dat wel verteld maar ik dacht eigenlijk niet veel keus te hebben en heb het een beetje langs me heen laten gaan. Ik dacht ik zie het allemaal wel.
We voeren een gesprek over de kwaliteit van leven, en Kees komt tot de conclusie dat die kwaliteit ver te zoeken is en dat hij zo niet verder wil. We bespreken niet wat niet meer gaat maar kijken juist naar wat wel zou kunnen. Hij wil eigenlijk helemaal geen chemokuur meer en zeker niet als hij weer allerlei bijwerkingen kan verwachten.

We hebben een verhelderend gesprek en ik vertel Kees wat de mogelijkheden zijn. Ook regel ik een paar verbandschoenen voor hem. Als ik Kees twee weken later weer ontmoet zijn zijn handen en voeten weer wat opgeknapt en is hij weer bij de oncoloog geweest. Ze hebben een goed gesprek gehad en er is besloten niet voor een nieuwe chemokuur te gaan. Het gaat nu best goed met mij geeft Kees aan. In het vorige gesprek gaf Kees aan nog één keer zijn zoon en zijn gezin te willen bezoeken. Zodoende vertrekt Kees een week later samen met zijn neef om deze wens te verwezenlijken. Als hij weer terug is gaat het nog een poosje goed maar wel voelt Kees zich steeds vermoeider. Hij ziet er tegenop om straks weer aan huis gekluisterd te zitten en de eenzaamheid beangstigd hem.

We bespreken de mogelijkheden en ik breng een Hospice ter sprake. Dit lijkt Kees niets, zo´n huis waar iedereen ligt dood te gaan. Het lijkt hem zo´n trieste bedoening. Ik stel voor samen een keer te gaan kijken of dat misschien zijn neef mee kan. Maar Kees vind het fijn om samen met mij te gaan. Zoals ik al verwacht had is Kees positief verrast. En hij besluit om als de tijd daar is naar een Hospice te gaan.
Ik bemerk veel onrust bij Kees hij heeft nog zo veel te regelen. Hoe met het nu met mijn huis en alle spullen. Ook moet zijn uitvaart moet geregeld worden. Wat moet er met de kat gebeuren? We zetten alles op papier en werken de lijst af. Samen met zijn neef gaat hij de begrafenis regelen. Zijn zoon is via Skype ook aanwezig. Zijn zoon komt zeker over en zal het huis afhandelen. We zoeken foto´s uit die hij wil meenemen naar het hospice. En twee dierbare schilderijen door zijn vrouw gemaakt gaan ook mee. Als de tijd daar is en hij naar het Hospice gaat lijkt hij er helemaal oké mee te zijn. Voor de kat hebben we inmiddels een ander onderkomen gevonden.

Hij wil graag dat ik hem blijf bezoeken en dat doe ik graag. Vanaf dat moment ga ik iedere week een uurtje langs. Kees heeft de behoefte om te vertellen over gebeurtenissen in zijn leven. Hij vind het fijn om in het Hospice te zijn. Ze zijn hier allemaal even lief, zegt hij. Gelukkig voelt hij zich niet eenzaam en geniet hij van alle aandacht.

De laatste keer dat ik bij hem langs ga, komt toch nog sneller dan verwacht. Ze hebben zijn bed in de tuin gereden. Hij ligt In de najaarszon. Zijn zoon is bij hem. De foto´s van zijn kleinkinderen, zijn vrouw en de prachtige schilderijen zie ik op de achtergrond in zijn kamer. Hij is te verzwakt om nog te praten. Eten en drinken doet hij niet meer, maar het is goed zo. De volgende dag wordt ik gebeld door zijn zoon. Kees is begin van de ochtend in alle rust overleden...

Bij vragen, gebruik de WhatsApp knop zodat je mij direct kunt bereiken.

foto paardenbloem